Rekenvoorbeeld goningconcernwaarde & liquidatiewaarde bij opvolging

Rekenvoorbeeld goingconcernwaarde en liquidatiewaarde

1643 views 0

Om wat concreter te worden volgen nu een aantal rekenvoorbeelden inzake de bedrijfsopvolgingsregeling en overlijden. Daarbij staan we ook stil bij de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde.

Voorbeeld 1

Een dochter, enig kind, erft van haar vader een bakkerij. Deze bakkerij heeft een goingconcernwaarde van € 900.000 en een liquidatiewaarde van € 1.400.000. De goingconcernwaarde is minder dan € 1.028.132. De goingconcernwaarde is ook lager dan de liquidatiewaarde. De dochter heeft dus recht op een vrijstelling van 100% van de liquidatiewaarde: € 1.400.000.

Voorbeeld 2

Twee broers hebben samen een timmerfabriek. Dit is een vennootschap onder firma (vof) met een goingconcernwaarde van € 1.800.000. De liquidatiewaarde is € 1.600.000. De vennoten zijn ieder gerechtigd voor de helft. De ene broer (vennoot 1) heeft ook een buitenvennootschappelijk vermogen van € 200.000. Dit buitenvennootschappelijke vermogen, een loods, wordt ingezet om de onderneming te voeren. De objectieve waarde van de onderneming is daarom € 1.800.000 + € 200.000 = € 2.000.000.

Vennoot 1 heeft € 900.000 van de goingconcernwaarde plus € 200.000 buitenvennootschappelijk vermogen = € 1.100.000.

Vennoot 2 heeft € 900.000 van de goingconcernwaarde. De goingconcernwaarde is meer dan € 1.028.132 en lager dan  de liquidatiewaarde.

De vrijstelling wordt nu als volgt berekend:

Vrijstelling van 100 % over de eerste € 1.028.132 € 1.028.132
Vrijstelling van 83% over waarde boven de € 1.028.132 (83% van € 971.868) € 806.651
Totale vrijstelling € 1.834.783

Stel, vennoot 2 krijgt door een erfenis of schenking het deel van de onderneming van vennoot 1 en zet de onderneming voort. De vrijstelling voor vennoot 2 is dan:

€ 1.100.000/€ 2.000.000 x € 1.834.783 = € 1.009.131

Stel, vennoot 1 krijgt door een erfenis of schenking het deel van de onderneming van vennoot 2 en zet de onderneming voort. De vrijstelling voor vennoot 1 is dan:

€ 900.000/€ 2.000.000 x € 1.834.783 = € 825.653

Deze rekenvoorbeelden en uitleg zijn ontleend aan een brochure van de Belastingdienst.

Voorbeeld 3

De B.V.’s van Frits en Ruben zijn vennoten in een VOF met een winstverdeling van ieder 50%. De B.V. van Frits bezit een bedrijfspand dat niet tot de VOF behoort. Dat vermogen wordt derhalve buitenvennootschappelijk gehouden. De waarde van de het bedrijf (VOF) is € 2.000.000. Het bedrijfspand is € 250.000 waard. De totale waarde van het bedrijf is € 2.250.000.

Frits overlijdt plotseling. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) wordt als volgt berekend:

Het aandeel van de B.V. van Frits in het bedrijf is 50% van € 2.000.000 = € 1.000.000 plus de waarde van zijn pand, zijnde € 250.000 = € 1.250.000.

Een bedrag van (€ 1.250.000/€ 2.250.000) X € 1.028.132 = € 571.184 is 100% vrijgesteld. Het meerdere € 678.815 is voor 83% vrijgesteld = € 563.416. De totale vrijstelling is van toepassing op € 1.134.600 (€ 514.184 + € 563.416). Uiteindelijk is de voortzetter/erfgenaam over € 116.000 erfbelasting verschuldigd.


Toolkit Bedrijfsopvolging

De gratis toolkit geeft praktische informatie over het gehele proces van bedrijfsopvolging.
 
Overzicht met tien praktische adviezen (e-mail)
► Voorbeeld BedrijfsOpvolgingsPlan (BOP) 
► Processchema en 12-stappenplan 
► Blijf op de hoogte van onze trainingen via de nieuwsbrief

 
close-link