Waardebepalingen: Wat is de waarde van je bedrijf? - Bedrijfsopvolging.nl

Waardebepalingen: Wat is de waarde van je bedrijf?

589 views 0

Hoe bepaal je de waarde van een familiebedrijf? En wat moet de opvolger voor het bedrijf betalen? De Belastingdienst kijkt kritisch mee bij de waardebepaling. 

Ook bij een opvolging binnen de familie is het belangrijk de waarde van het bedrijf vast te stellen. Het geeft aan waar de eigenaar altijd voor heeft gewerkt en wat de opvolger in eerste instantie voor het bedrijf moet betalen. Daarnaast bekijkt de Belastingdienst bij opvolging in de familiesfeer kritisch of die tegen zakelijke condities tot stand komt. In dit artikel staat de waardebepaling van het familiebedrijf centraal. Wat is het doel van de waardebepaling? Welke waarderingsmethoden worden in de praktijk gebruikt?

Uitganspunten voor de waardebepaling

Er zijn een aantal uitgangspunten die in acht genomen moeten worden bij de waardebepaling van een onderneming.

Waardebepaling is subjectief

Op de eerste plaats: waarde is vooral een subjectief begrip: wat voor de één veel waarde heeft, heeft voor een ander juist een beperkte waarde. En andersom. Dat is maar goed ook, want anders bestond er geen handelsverkeer. Waarderen doen we dus voor vanuit het gezichtspunt van de belanghebbende. Als u een bedrijf overdraagt aan een Management Buy In kandidaat (MBI) die uw bedrijf ‘stand-alone’ voortzet zal deze daaraan een lagere waarde toekennen dan een strategische koper die synergie- en schaaleffecten zal kunnen realiseren. Draagt een ondernemer het bedrijf over binnen de familie, dan tellen naast de waarde in het economisch verkeer ook andere overwegingen, zoals estate planning, persoonlijke belangen en emotie.

Verschil tussen waarde en prijs

Daarnaast is het van belang te realiseren dat waarde en prijs verschillende zaken zijn. Bij bedrijfsoverdracht onderscheiden we ook het waarderingsvraagstuk en het transactievraagstuk. De eerste gaat over de bepaling van de waarde. De tweede betreft de vertaling van waarde naar prijs. Voor transacties geldt de stelregel dat de verkregen waarde méér is dan de opgeofferde prijs. Anders heeft ruilen geen zin. Een tweede aspect is dat aan een transactie zogenaamde transactiekosten zijn verbonden: de verkoper en koper moeten kosten maken: adviseurs, juristen, fiscalisten en notariaat inschakelen om tot een afronding te komen. Deze transactiekosten worden in de prijsvorming meegenomen.

Verscheidenheid aan waarderingsmethodieken

Als laatste noem ik de grote verscheidenheid aan waarderingsmethodieken. In de vakliteratuur vinden we multiples, diverse rentabiliteitsmethoden, vervangingswaarde, liquiditeitswaarde, netto vermogenswaarde, enzovoort. Dit zijn vooral methoden die een uitspraak doen over de waarde op basis van een actuele vermogenspositie en historische prestaties.

Maar een koper is niet geïnteresseerd in het verleden. Hij koopt de toekomst van de onderneming. Op zijn geïnvesteerd vermogen wil hij een financieel rendement krijgen. Of preciezer gesteld: toekomstige kasstromen ontvangen. Waarderen is daarom vooral het beoordelen van de toekomstige kasstromen. Daarvoor zijn er verschillende toekomstgerichte discounted cashlow varianten zoals de WACC, de Adjusted Present Value en Cash to Equity methoden. Kernbegrippen hierbij zijn geld, tijd en risico. Geld is de omvang van toekomstige kasstromen. Tijd is het moment waarop u die toekomstige kasstromen kunt verwachten. Risico is de zekerheid waarmee u op de genoemde kasstromen kunt rekenen. Deze drie ingrediënten zijn het fundament in de waardebepaling.

Populaire waarderingsmethodieken

Vuistregels

In de praktijk (met name in het MKB) wordt veelvuldig gebruik gemaakt van vuistregels. Denk daarbij aan uitspraken als 1x-1,2x de omzet (bijvoorbeeld bij accountantskantoren), 4-6x de nettowinst of 2x de doorloopprovisie. De waarde is dus afhankelijk van een bepaalde factor, maar zeggen in die zin niets over de economische waarde. Er moet bij worden gezegd dat deze vuistregels meer door overnames door derden worden gebruikt en dus minder in familieverband. Los van deze vuistregels staan de waarderingsmethoden:

Intrinsieke waarde

De intrinsieke waarde volgt direct uit de balans van de onderneming. Er wordt gekeken naar het eigen vermogen van de onderneming op een bepaald moment: de totale (boek)waarde op de balans van de gebouwen en terreinen, de inventaris, de machines, de voorraden, de bank- en kasgelden en de lang- en kortlopende vorderingen e.d. (de activa), minus de schulden en voorzieningen (de passiva).

De intrinsieke waarde kan als onvolledig worden beschouwd, want zegt niets over de meerwaarde (stille reserves) die in bepaalde activa aanwezig is. Ook zegt het niets over de winstpotentie (of goodwill) die in de onderneming zit.

De goodwill-methode

Bij de goodwill-methode wordt zowel de intrinsieke waarde betrokken als de genormaliseerde winst. Onder goodwill wordt kort gezegd de contante waarde van de overwinst verstaan. Bij de eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF) en maatschappen wordt eerst de genormaliseerde winst vastgesteld. Daarbij wordt gekeken naar de winsten van de afgelopen drie jaar, waarbij het recentste jaar zwaarder meetelt dan de eerdere jaren. Op deze genormaliseerde winst wordt een rendement op het geïnvesteerde vermogen in mindering gebracht en een arbeidsbeloning voor de ondernemer. De uitkomst hiervan is de overwinst van het bedrijf. Om de goodwill te berekenen wordt deze overwinst vermenigvuldigd met een bepaalde factor, die varieert tussen de 0 en 5. De hoogte van de factor is afhankelijk van verschillende zaken. Denk daarbij aan de duurzaamheid van de overwinst, de branche waarin men opereert, de concurrentiepositie en de conjunctuur.

Rentabiliteitswaarde

De rentabiliteitswaarde gaat wat verder en kijkt zowel naar het verleden als de toekomst. Het is de contante waarde van de te verwachten nettowinst.

Eerst wordt gekeken naar de winsten van de afgelopen jaren, rekening houdende met de toekomstontwikkeling van de nettowinst. Hieruit rolt een genormaliseerde nettowinst. Dan wordt er een contante waardefactor bepaald. Deze factor bestaat uit een normale rentevergoeding voor het beschikbaar gestelde eigen vermogen plus een opslag voor het risicodragende kapitaal. De rentabiliteitswaarde is het resultaat van de genormaliseerde nettowinst gedeeld door de contante factor.

In tegenstelling tot de intrinsieke waarde methode kijkt men bij de rentabiliteitswaarde wel naar de toekomst. De methode is relatief eenvoudig en wordt gebruikt bij stabiele nettowinsten. Fluctueert dat nogal en wijzigt de financieringsstructuur geregeld dan is deze methode minder toepasbaar. Een ander nadeel is dat het kiezen van de risico-opslag erg subjectief is.

Discounted cashflow (DCF)

De DCF-methode is een populaire methode die kijkt naar de toekomstige kasstromen. Vaak wordt deze methode gebruik bij een overname en niet zozeer bij een opvolging binnen de familie. In vergelijking met de andere waarderingsmethode is deze wel zuiverder. Kasstromen zijn namelijk objectief. Ze zijn nodig binnen de onderneming om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De kasstromen worden contant gemaakt naar het heden. Omdat men uitgaat van kasstromen worden ook de investeringen bij aankoop van de onderneming meegenomen en ook de opbrengst bij verkoop. De DCF-methode lijkt de meest correcte waarderingsmethode, maar blinkt niet uit in zijn eenvoud en objectiviteit.

Een voorbeeld
Stel er is een onderneming, Bedrijfsopvolging B.V. De bv heeft een vrije kasstroom van 200 per jaar. Deze geldstroom in stabiel en neemt toe met een inflatie van 2%. We gaan uit van een rendementseis op het eigen vermogen van 15%. Wanneer deze verwachte kasstroom contant maken, dan komt daar de volgende waarde uit:

200/ (15%-2%) = 1.538

Rol van de Belastingdienst

Let op dat bij een bedrijfsopvolging binnen de familie de Belastingdienst ook een belanghebbende is. Er moet een zakelijke prijs tot stand komen. Bij een verkoop binnen de familie zal in de meeste gevallen geen keiharde onderhandeling worden gevoerd. Een belangrijk aspect zijn namelijk de toekomstige financieringslasten van de opvolger en zodoende de continuïteit van het bedrijf. Uiteindelijk moet hiertussen een balans worden gevonden.De Belastingdienst is er uiteindelijk in geïnteresseerd of het bedrijf tegen de marktwaarde wordt overgedragen aan de volgende generatie. Bij een te lage waarde wordt de opvolger bevoordeeld en ligt een correctie als een verkapte winstuitdeling, een schenking of zelfs loon op de loer.

Om discussies in de toekomst te voorkomen is het dan ook aan te raden de overdrachtswaarde te allen tijde met de Belastingdienst af te stemmen.


Auteurs


Wij kunnen u verder helpen met

 


 


Toolkit Bedrijfsopvolging

De gratis toolkit van fiscalist François van der Hoff geeft praktische informatie over het gehele proces van bedrijfsopvolging.

Inhoud:

 Overzicht met tien praktische adviezen (e-mail)

 Voorbeeld BedrijfsOpvolgingsPlan (BOP) 

 Processchema en 12-stappenplan 

 Blijf op de hoogte via de digitale nieuwsbrief

We respecteren uw privacy en zullen uw gegevens niet aan anderen verstrekken.

Het aanvragen van de toolkit is gelukt! Controleer uw e-mail inbox.