Brief staatssecretaris 25 april 2014 aan Tweede Kamer - Bedrijfsopvolging.nl

Brief staatssecretaris 25 april 2014 aan Tweede Kamer

124 views 0

Op 25 april 2014 stuurde de staatssecretaris van Financiën (Eric Wiebes) een brief naar de Tweede Kamer over verschillende fiscale moties en toezeggingen die nog niet zijn afgewikkeld. In de brief gaat Wiebes ook in op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) uit de Successiewet 1956.

De staatssecretaris moet uitvoering geven aan toezeggingen die door zijn voorgangers (De Jager en Weekers) zijn gedaan. In de brief gaat hij in op de volgende onderwerpen die te maken hebben met de BOR in de Successiewet:

  • Motie Cramer: de vrijstellingen bij een onderbedelingsvordering in de Successiewet.
  • De evaluatie van de gedifferentieerde vrijstellingen BOR (100% en 83%).

De onderbedelingsvordering

In een motie stelt de heer Cramer voor om de mogelijkheden te onderzoeken om de vrijstellingen van de BOR ook toe te passen bij een onderbedelingsvordering. Cramer doelt op de standaardsituatie waarin iemand overlijdt met achterlating van een partner en kinderen en de langstlevende partner krachtens (wettelijke) verdeling het gehele ondernemingsvermogen verkrijgt. De kinderen krijgen een onderbedelingsvordering op de langstlevende. Als er een onderneming in het spel is, kan de onderbedelingsvordering betrekking hebben op het ondernemingsvermogen. Als de langstlevende partner de onderneming voortzet, kunnen de vrijstellingen van de BOR worden toegepast. Op de onderbedelingsvordering is de BOR niet van toepassing. Dit vindt Cramer een onvolkomenheid in de BOR, aangezien de regeling is bedoeld om de continuïteit van de onderneming te waarborgen.

Wiebes komt nu terug op de motie. De erflater kan namelijk de continuïteit van de onderneming waarborgen door in het testament (dus los van de wettelijke verdeling) te laten opnemen dat de onderbedelingsvordering niet opeisbaar is. De langstlevende moet dan de erfbelasting over de onderbedelingsvordering voorschieten, maar kan daarvoor uitstel van betaling krijgen voor de duur van 10 jaar. Volgens Wiebes kunnen eventuele liquiditeitsproblemen worden opgevangen en is de continuïteit van de onderneming gewaarborgd. Verder benadrukt de staatssecretaris dat de BOR bedoeld is voor écht ondernemingsvermogen en niet voor vorderingen die indirect betrekking hebben op de onderneming. Er wordt daarmee geen gevolg gegeven aan de motie.

De gedifferentieerde vrijstelling

Hier gaat het om de keuze tussen de ongedifferentieerde vrijstelling van 90% voor het verkregen ondernemingsvermogen en de 100% over de eerste € 1.045.611 en 83% over het meerdere. Uiteindelijk is het die laatste geworden. In de brief wordt aangegeven dat deze percentages mogelijk zullen worden verlaagd dan wel afgeschaft. Daarnaast zal worden bezien of een uitstelfaciliteit (10 jaar) tot de mogelijkheden behoort. De gedachte hierachter is dat in zeven van de tien gevallen de erfbelasting gewoon uit de nalatenschap had betaald kunnen worden.

Inmiddels hebben diverse ondernemersorganisaties en zelfs een aantal politieke partijen hun felle kritiek geuit (zie: Plannen Wiebes stuiten op verzet) en zijn de plannen van tafel geveegd.

Lees hier de gehele brief: toezeggingenbrief-tk-voorjaar-2014-definitief.