Kabinet grijpt in: wetswijziging BOR

In april van dit jaar deed de Hoge Raad een uitspraak over indirecte belangen en de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Naar aanleiding van deze uitspraak wil het kabinet de BOR in de Successiewet en de doorschuifregeling voor het aanmerkelijk belang in de Wet Inkomstenbelasting aanpassen.

 

Indirecte belangen

De BOR en de doorschuifregeling zijn normaliter van toepassing op directe belangen van natuurlijke personen van meer dan 5% in een bv. De regelingen kunnen ook worden toegepast als sprake is van een indirect aanmerkelijk belang, namelijk via een holding-bv in een werk-bv. Als de werk-bv een onderneming drijft, wordt het ondernemingsvermogen toegerekend aan het vermogen van de holding-bv (toerekeningsregel).

Op 22 april 2016 oordeelde de Hoge Raad dat de BOR ook van toepassing kan zijn op aandelen die een holding houdt in een bv waarin de erflater/schenker geen (indirect) aanmerkelijk belang heeft. Hierdoor is het mogelijk dat de BOR ook kan worden toegepast op beleggingsvermogen. Voor deze forse verruiming wil het kabinet een stokje steken.

Wetswijziging

Op Prinsjesdag maakt het kabinet de wetswijziging bekend en zal gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2016.  Het blijft overigens mogelijk om bezittingen en schulden van een bv waarin een indirect belang wordt gehouden van minimaal 5% toe te rekenen aan de bv waarin een direct belang wordt gehouden. Op holdingniveau wordt vervolgens getoetst of er sprake is van een onderneming. Op deze manier wordt het beleggingsvermogen uit het belang geëlimineerd.

Met deze wetswijzing reageert het kabinet concreet op gevallen waarvoor de faciliteiten niet voor bedoeld zijn. De vraag blijft wat het nieuwe kabinet in 2017 nog meer in petto heeft.

Auteur drs. François van der Hoff is fiscalist en gespecialiseerd in de fiscale aspecten van bedrijfsopvolging. François begeleidt, adviseert en traint familiebedrijven en accountantskantoren. Lees verder...